Zoeken

Spring naar content

De aanloop naar de situatie waarin een bedrijf gedwongen wordt om tot verkoop over te gaan kent vaak een lang voortraject. In dit voortraject is de financiële situatie van het bedrijf verslechterd. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn in de regel: Aanhoudende verliezen die leiden tot een negatief eigen vermogen of een te zware schuldenlast uit het verleden. Een negatief eigen vermogen geeft een grotere druk op de crediteuren. Als dit te lang voortduurt verslechtert het werkkapitaal van de onderneming met als uiteindelijk gevolg: betalingsproblemen. Een zelfde situatie ontstaat door een te zware schuldenlast.

Betalingsproblemen kenmerken zich door het niet meer op tijd kunnen betalen van crediteuren, belastingen, leningen etc. Dit heeft een structurele overstand van de r/c positie bij de bank tot gevolg. Het grootste gevaar dat hierdoor dreigt is: Kredietopzegging door de bank.

Een achterstand bij het betalen van belastingschulden en het niet meer kunnen voldoen aan de betaling van nieuw ontstane belastingschulden zoals de maandelijkse BTW en loonbelasting aangifte. Het grootste gevaar dat hierdoor dreigt is: Beslaglegging door de fiscus.

Een steeds groter wordende achterstand van de crediteurenbetalingen leidt tot aanmaningen en incasso zaken. Bereidwillige leveranciers zijn dikwijls bereid de schuld te bevriezen op voorwaarde dat er voortaan vooruit betaald wordt. Verhuurders maar ook algemene schuldeisers zoals telecom- en internetproviders hebben veelal minder geduld en dreigen met het nemen van incasso maatregelen. De verhuurder doet dit meestal na drie maanden huurachterstand en vraagt ontbinding van de huuroverkomst aan. Ongeduldige schuldeisers en met name die zonder zekerheden besteden de vordering net zo makkelijk uit en proberen zo alsnog een betaling af te dwingen. Dikwijls zonder succes. Het grootste gevaar dat hierdoor dreigt is: Faillissementsaanvraag door een schuldeiser.

Deze drie gevaren dwingen de onderneming om tot een actieve overlevingsstrategie over te gaan. Ervan uitgaande dat alle middelen waaronder herfinanciering, bijstorten door de aandeelhouder(s) en het reorganiseren van de activiteiten reeds zijn uitgeput, heeft elk van de dreigende gevaren een groot risico.