Zoeken

Spring naar content

1. Kredietopzegging door de bank.
Elke bank heeft in haar algemene voorwaarden opgenomen dat zij eenzijdig het krediet kan opzeggen. Bij een kredietopzegging hanteert de bank een bepaalde termijn waarbinnen de schuld dient te worden ingelost. Deze termijn geeft de onderneming nog enige tijd om tot een oplossing te komen. Een kredietopzegging kan echter ook zeer abrupt gebeuren met het gevolg dat de bankrekening bevroren wordt en er geen uitgaande betalingen meer worden gedaan. Deze laatste situatie is zeer ernstig en noopt tot nog sneller handelen door de onderneming. Het is dan echt 1 minuut voor 12 of zelfs al later.

In geval van een kredietopzegging is het dus noodzaak om te resterende tijd te benutten om een distressed M&A verkoop in gang te zetten. Hoe eerder dit in het proces gebeurt hoe meer kans er is op een succesvolle verkoop. Een belangrijk onderdeel om tot een succesvolle verkoop te komen is het in kaart brengen van de schuldpositie. Een belangrijk stap hierin is het bepalen van de zekerheden van de bank. Bijzonder beheer afdelingen maken een calculatie gebaseerd op de zekerheden die zij hebben. Het is gebruikelijk dat de inventaris en het machinepark, de voorraden en de debiteuren verpand zijn aan de bank. In deze fase gaat de bank uit van het slechtste scenario en wel een faillissement. De waarde die daarbij hoort voor de verpande activa is de liquidatiewaarde. Het is belangrijk deze liquidatiewaarde te kennen om een sterke onderhandelingspositie met de bank te hebben. Alleen dan kan effectief onderhandeld worden over bijvoorbeeld het afkopen van de schuld na verkoop van de onderneming. Hiermee voorkomt u dat de potentiele koper wordt afgeschrikt en de verkoop mislukt of dat er een restschuld achter blijft. Banken zijn in deze fase vaak redelijker dan wordt gedacht en zijn zelfs onder bepaalde omstandigheden bereidt tot het nemen van een hair-cut afhankelijk van de waarde van hun zekerheden.

2. Beslaglegging, een typische actie van de fiscus.
Lukt het niet om de banklening af te lossen dan kan de bank tot uitwinning van haar zekerheden overgaan. Zij dient hiervoor eerst de fiscus te informeren. Voorzover de fiscus nog niet wakker was wordt zij dit door deze melding wel.

Er ontstaat alsdan een spanningsveld omdat de fiscus in een faillissement een zogenaamd bodemvoorrecht heeft. Dit betekent dat de opbrengst van de inventaris en machines niet naar de bank gaat maar naar de fiscus. Voor een ondernemer die een privé borgstelling aan de bank heeft afgegeven kan dit zeer negatieve gevolgen hebben.

Bij een beslaglegging mogen de zaken waar beslag op is gelegd (meestal dus de machines en inventaris) niet onderhands verkocht worden. En als dit wel gebeurt of wordt toegestaan dan gaat de opbrengst in eerste instantie naar de beslaglegger.

3. Faillissementsaanvraag.
Een faillissementsaanvraag geschiedt altijd door een kwaadwillende crediteur die er genoeg van heeft om op zijn geld te moeten wachten of zware druk wil uitoefenen. Leveranciers doen dit in de regel niet, zij hebben andere rechten zoals het eigendomsvoorbehoud en het recht van Reclame. Daarbij behouden de meeste leveranciers liever een klant mits men licht aan het einde van de tunnel ziet. Een faillissementsaanvraag is een zeer sterk drukmiddel om een onderneming tot betaling te dwingen. Het belangrijkste argument is dat de onderneming is opgehouden te betalen. Indien er –en dat is officieel vereist voor een faillissementsaanvraag- ook een steunvordering is, is de kans groot dat de rechter het faillissement uitspreekt. Pappen en nathouden door deelbetalingen te doen is dan een optie. Maar het gevolg is vaak dat hierdoor alleen de faillissementszitting wordt verschoven en de druk blijft bestaan. Als dit eenmaal in de markt bekend wordt zullen ook andere schuldeisers zich gaan roeren en ook betaling gaan eisen of niet meer willen leveren tenzij er vooraf betaald wordt.

In deze drie situaties maar eigenlijk ook al daarvoor is het zaak om niet alleen snel maar vooral strategisch te handelen. De verkoop van de onderneming is hierin vaak de beste optie om uit de misère te komen en om de continuïteit van het bedrijf te waarborgen.