Zoeken

Spring naar content

Een bedrijf in moeilijkheden heeft in de regel hogere schulden dan bezittingen. Geen enkele koper zit te wachten op de overname van onbeheersbare risico’s en een hoge schuldenlast. Maar dat hoeft ook niet! Mits de juiste transactie wordt gekozen.
Bij de verkoop van een bedrijf zijn er twee mogelijkheden:
1. een activa of activa-passiva transactie of
2. een aandelentransactie.

Een grote mate van flexibiliteit is hierbij van belang. Voor de koper gaat het erom het bedrijf zo gunstig mogelijk te kopen maar dat betekent zeker niet dat het bedrijf wordt weggeven. Vanzelfsprekend staat de continuïteit voorop en dient gewaarborgd te worden dat de belangrijke zaken worden overgedragen. Dit kunnen zijn contracten, het personeel, lopende overeenkomsten en activa. Een deel hiervan is wettelijk geregeld.

Voor de verkoper is de verdeling van de opbrengst van groot belang en dient de transactie zodanig te worden ingericht dat er geen hoge schuldenlast achterblijft waardoor er mogelijk alsnog een faillissement volgt.

Bij een activa transactie worden alleen bezittingen en goodwill overgenomen; bij een activa-passiva transactie worden ook alle of een deel van de schulden overgenomen. Hierbij wordt dan vaak een zogenaamde hair-cut toegepast waarbij bepaalde schuldeisers, waaronder zelfs de bank, met een discount wordt afgekocht.
Het voordeel hiervan is dat de schuldenlast wordt beperkt of dat er door de koper helemaal geen schulden worden overgenomen. Maar onthoud hierbij ‘’dat het bedrijf niet weggegeven zal worden waardoor de DGA met de ellende blijft zitten!””
Het nadeel is dat bij een activatransactie contractomzetting zal dienen plaats te vinden hetgeen kan leiden tot onzekerheid bij klanten en leveranciers. In de praktijk geeft dit echter vaak weinig problemen mits bij de selectie van de koper (reputatie, betrouwbaarheid, marktpositie) hier al rekening mee is gehouden.

Bij een aandelentransactie blijft het bedrijf in de vorm van een BV bestaan en wijzigt alleen de aandeelhouder. Het voordeel hiervan is dat contracten en overeenkomsten ongewijzigd blijven bestaan. Het nadeel kan zijn dat de schuldenlast te hoog is en de koper daarom afziet van de transactie of dat de bank de nieuwe koper niet solvabel genoeg acht. In beide gevallen (activa of aandelen transactie) is er sprake van een zogenaamde overdracht van een onderneming waardoor het personeel van rechtswege mee overgaat.

Een derde variant is dat er besloten wordt het bedrijf toch eerst failliet te laten gaan en het dan van de curator terug te kopen. Het voordeel hiervan is dat de schulden achterblijven bij de curator en er geen sprake is van een verplichte overname van het gehele personeelsbestand. Maar ook hier geldt dat het niet zo kan zijn dat de koper de voordelen eruit haalt en de curator voor de schulden achter de DGA aankomt.

Een doorstart brengt risico’s met zich mee omdat de DGA de regie over de onderneming verliest. Een van de doorstart risico’s is namelijk dat andere geïnteresseerde kopers zich melden bij de curator met wellicht hele andere bedoelingen. Daarbij komt er in geval van een faillissement een curator aan boord die ook betaald dient te worden en dat bij een doorstart de goodwill in de boedel valt.

In de aanloop naar een dergelijke constructie, die dus zeer zorgvuldig dient te worden voorbereid, wordt nogal eens gekozen voor een surseance van betaling. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht betekent dit niet dat er ineens een zee van tijd is om tot een oplossing te komen. Een onzorgvuldig voorbereidde surseance wordt door de bewindvoerder namelijk binnen enkele dagen omgezet in een faillissement. En onvoorbereid in een faillissement geraken is het slechtste scenario dat denkbaar is.