Zoeken

Spring naar content

De reorganisatiewaarde

Binnen het plan van aanpak dienen de schuldeisers beter of in ieder geval niet slechter af te zijn dan bij een faillissement. Het surplus tussen reorganisatiewaarde en liquidatiewaarde (het groene vak met het vraagteken) dient daarom als het ware onder de schuldeisers te worden verdeeld. Dit surplus moet de aanbieder van het akkoord dan ook hard kunnen maken. In de praktijk blijkt dat dit surplus vaak in de activa zit en met name in de vaste activa waaronder de inventaris, de machines en het onroerend goed maar ook in de immateriële activa: de goodwill. De vaste activa zijn objectief te waarderen en bieden daarmee zekerheid voor de schuldeisers. De goodwill is afhankelijk van de gereorganiseerde balans en de toekomstige winsten. De toekomstige winsten of positieve cashflows bepalen de waarde van de onderneming.

Continuïteit door het vertrouwen van de schudeisers