Zoeken

Spring naar content

Crediteurenakkoord: zachte landing of dure oplossing?

Crediteurenakkoord: zachte landing of dure oplossing?

Het ligt voor de hand dat een bedrijf in moeilijkheden haar schuldeisers een crediteurenakkoord aanbiedt. Dit komt erop neer dat aan alle schuldeisers een percentage van hun vordering wordt aangeboden tegen finale kwijting. Hierbij wordt dan meestal een ondergrens gesteld om het proces te vereenvoudigen. Een voorbeeld is dat alle vorderingen onder de € 1.000 sowieso worden betaald . Niet alle schuldeisers gaan met een crediteurenakkoord zonder meer akkoord en voor sommige schuldeisers gelden andere regels.

Een onderneming is geheel vrij om haar schuldeisers een voorstel tot een crediteurenakkoord te doen. Een schuldeiser is daarentegen ook vrij in zijn beslissing om het voorstel al dan niet te aanvaarden. Een schuldeiser kan niet zomaar worden gedwongen akkoord te gaan. Alleen in faillissement of in geval van surséance van betaling kan een akkoord door de rechter worden vastgesteld en jegens alle schuldeisers verbindend worden verklaard (het dwangakkoord). In de toekomst zal dit ook gelden voor de WHOA.

De fiscus is vaak bereid mee te werken aan een akkoord als dit de onderneming van de schuldeiser kan redden. De fiscus stelt dan als eis dat zij het dubbele percentage krijgt dan de overige schuldeisers. Dit is vastgelegd in de leidraad invordering. Deze handelwijze is in de praktijk van groot belang, omdat de belastingdienst als preferente schuldeiser een bijzondere positie kent.

De positie van de separatisten (schuldeisers met zekerheden) is meer bijzonder.  Separatisten hebben namelijk een zekerheidsrecht in de vorm van een onderpand. Een separatist kan tot uitwinning van haar zekerheid overgaan en dikwijls dekt dit onderpand grotendeels de uitstaande schuld. Het akkoord gaan met een lager afkoopvoorstel is daarom geen optie voor separatisten.

De focus bij het aanbieden van een crediteuren-akkoord is dus geheel gericht op de concurrente schuldeisers. Het eigendomsvoorbehoud is voor de meeste van deze het sterkste recht dat zij hebben en zonder dat eigenlijk niets. Het doen van een aanbod aan partijen die eigenlijk geen alternatief hebben (lees: geen opbrengst krijgen in faillissement) kan dan ook zonde van het geld zijn.