Zoeken

Spring naar content

Binnen het plan van aanpak dienen de schuldeisers beter of in ieder geval niet slechter af te zijn dan bij een faillissement. Het surplus tussen reorganisatiewaarde en liquidatiewaarde (het groene vak met het vraagteken) dient daarom als het ware onder de schuldeisers te worden verdeeld. Dit surplus moet de aanbieder van het akkoord dan ook hard kunnen maken. In de praktijk blijkt dat dit surplus vaak in de activa zit en met name in de vaste activa waaronder de inventaris, de machines en het onroerend goed maar ook in de immateriële activa: de goodwill. De vaste activa zijn objectief te waarderen en bieden daarmee zekerheid voor de schuldeisers. De goodwill is afhankelijk van de gereorganiseerde balans en de toekomstige winsten. De toekomstige winsten of positieve cashflows bepalen de waarde van de onderneming.

Continuïteit door het vertrouwen van de schudeisers
In de nieuwe wet is niet vastgelegd dat de ondernemer ook een goed voorstel tot herstructurering van zijn organisatie in moet dienen om toestemming van de rechter te krijgen. Een voorstel tot financiële herstructurering volstaat. Toch is een goed businessplan – in combinatie met een betrouwbare waardering van de onderneming voor en na reorganisatie – van groot belang om schuldeisers en aandeelhouders ervan te overtuigen akkoord te gaan met een voorstel tot financiële herstructurering. Zekerheid omtrent toekomstige waarden kan hen aanzienlijk motiveren mee te gaan in het plan van de ondernemer.